Goede Hoop
23 september 2012 - Stellenbosch, Zuid-Afrika
Ondertussen in Stellenbosch, en het regent dat het giet en is koud. Een goede gelegenheid om mijn tocht naar De Kaap gisteren even uit de doeken te doen.
Over Kaap de Goede Hoop: aan het eind van de 15e eeuw waren de Portugezen al een tijdlang naarstig op zoek naar een route naar Indië om Afrika heen, in de hoop een eigen handelsroute met Azië te kunnen opzetten die niet afhing van alle Moslims, Venetiërs en ander in hun ogen onguur volk dat de landroute bevolkte. Steeds verder voeren Portugese vloten de Atlantische Oceaan op en de Afrikaanse kust af op zoek naar zo'n route.
In 1488 voer Bartholomeu Dias langs de Aftrikaanse kust toen het land ten oosten van hem wegviel. Hij had de doorgang gevonden en noemde de plek Stormkaap - naar het extreem verraderlijke weer, veroorzaakt door de Atlantische en Indische zeestromen die elkaar daar raken, en waar ook hij last van had. Na de kust nog enige tijd te hebben gevolgd bleek dat het land toch nog een klein stukje verder zuidelijk liep - de allerzuidelijkste punt werd Agulhas ('punt') genoemd (tegenwoordig door Zuid-Afrikanen uitgesproken als Agulles.) Al snel keerde Dias echter om - zijn bemanning wilde niet verder.
Bij terugkomst vond koning Joao II de naam Stormkaap toch een beetje te negatief voor deze geweldige doorbraak bij het zoeken naar de route naar Indië, en besloot tot iets optimistischers: Kaap de Goede Hoop. De hoop werd tien jaar later bewaarheid, toen Vasco da Gama wel doorvoer naar India en daarmee de weg bereidde voor het imperium dat de Portugezen daar zouden gaan opzetten.
Tegenwoordig is de Kaap een natuurreservaat, en op een gehuurde fiets toog ik gisteren het gebied in om het meest zuidwestelijke punt van Afrika te bereiken. Het is er prachtig - langs de weg die naar de Kaap leidt zijn overal bavianen - uniek omdat ze zich als enige bavianenkolonie in Afrika onder andere voeden met de zeedieren (vooral schelpen) die ze aan de kust vangen. Toegegeven, het dieet is tegenwoordig ook verrijkt met eten dat ze van toeristen stelen (niet van mij.) Wel sprongen ze meer dan eens vlak voor me de weg over terwijl ik richting Kaap trapte. De wisselvalligheid van het weer is in het gebied trouwens inderdaad extreem: het was afwisselend stralend, warm, bewolkt, koud, regenachtig, en dat in wisselende combinaties.
Na een bergachtige tocht van ruim 20 kilometer moest het laatste stukje, een enorme rots, te voet. Vanaf die rots was het uitzicht adembenemend: een enorme stijle rotswand waar allerlei vogels broeden, ver beneden bewonen pinguins de rotsen, en als klap op de vuurpijl was beneden te zien hoe een groepje van minstens drie walvissen zich langzaam een weg baande rond de Kaap, vanuit de Valsbaai de Atlantische Oceaan op. In het gebied zijn ook struisvogels en komen allerlei fantastische plantjes voor die uniek zijn aan het gebied.

Zeer tevreden (en met enige spierpijn) kwam ik die avond weer terug in Simon's Town. Wat betreft Simon's Town nog het volgende: hier had de VOC dus een soort alternatieve haven, waar schepen hun toevlucht konden nemen als in de winter de Tafelbaai te stormachtig en gevaarlijk werd. Ook begon in Simon's Town echter het einde van de Nederlandse tijd aan de Kaap: de Engelsen landden hier in juni 1795 en konden vrijwel ongehinderd oprukken naar Kaapstad. Eén van de redenen hiervoor was dat ze actief werden geholpen door de commandant van het fort - Robert Jacob Gordon, dezelfde van de tochten door de binnenlanden. Zijn grote fatal flaw was dat hij een onvoorwaardelijke trouw had aan Stadhouder Willem V, en de Engelsen zeiden in diens naam te komen (Willem V verbleef ondertussen in Engeland, Nederland was De Bataafse Repbuliek geworden en trouw aan Frankrijk.) Dus deed hij vanuit het fort, in strijd met wat de andere VOC-machthebbers aldaar wilden, alles wat in zijn macht lag om de Engelsen ongehinderd te laten oprukken en de Nederlandse verdediging ineffectief te maken. Als garnizoenscommandant kon hij een hoop. Kaapstad zou in september van dat jaar zonder slag of stoot worden ingenomen.
Natuurlijk werd daarna niet de prinsenvlag maar de Britse vlag boven het fort gehesen - en Gordon had daar actief aan meegewerkt. Hij werd, in zekere zin terecht, als een verrader gezien. Op straat werd hij bespuugd en geslagen door de mensen die eerder onder zijn bevel hadden gestaan. Hij kon de schande niet verdragen en schoot zich een maand na de overgave door het hoofd. Dat over het tragische einde van Gordon - een held met een fatal flaw, een beetje zoals in de tragedies van Shakespeare.
Wat betreft al die fantastische dieren die hier voorkomen heb ik de smaak, net als Gordon in zijn betere tjiden, wel fors te pakken: in Valsbaai komen ook witte haaien voor, en het liefste zou ik terstond willen leren duiken en daarna richting het noorden waar de echte grote dieren voorkomen. Ik ben hier echter voor andere zaken, en morgen ga ik eerst eens even praten met wat mensen van de universiteit alhier. Tochten diep het binnenland in bewaren we voor een andere keer.
Stellenbosch is een universiteitsstad, en iedereen kent het natuurlijk van de wijn. Het gebied is eind 17e eeuw al in cultuur gebracht onder leiding van Simon van der Stel, de eerste baas van de Kaapkolonie die zich gouverneur mocht noemen. Hij was zelf een groot wijnenthousiasteling - al in Nederland, toen hij Heer van Muiderberg was, had hij daar wijn proberen te verbouwen, naar zich laat raden met beperkt succes. Aan de Kaap, met haar mediterrane klimaat, was hij aanzienlijk succesvoller. Zelf had hij een groot landgoed met wijngaarden net buiten Kaapstad genaamd Groot Constantia, en ook het nieuw in cultuur gebrachte gebied een stukje verder oostelijk zou vooral voor wijn worden gebruikt.
Een mediterraan gebied ja. En aan deze kant van de planeet is het dan net het einde van de winter. Zoiets als Italië - maar dan eind februari, begin maart. Met regen en kou.
Verhalen over mooie natuur en spectaculaire rotsen hebben natuurlijk eigenlijk foto's nodig. Die volgen spoedig.




Hebbie al en beetje suiafrikaans gelees nie?